
De actuariële en bedrijfstechnische nota (Abtn) geeft de centrale criteria aan op basis waarvan het (financieel) beleid van een pensioenfonds wordt gevoerd.
Het opstellen van een Abtn is een verplichting, die voortvloeit uit de Pensioenwet (Pw) en voor beroepspensioenfondsen uit de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb).
De Abtn heeft de bedoeling het actuariële en bedrijfstechnische beleid transparant te maken en heeft aldus de hoedanigheid van een bedrijfsplan dat het algeheel functioneren inzichtelijk maakt. Voor het pensioenfonds dwingt de Abtn ertoe zich te vergewissen van alle samenhangende aspecten van bedrijfsvoering, financieringsbeleid en risico's. De Abtn is voor DNB een integrale informatiebron bij de uitoefening van het toezicht.
Bepalingen
In de Abtn dient in elk geval een omschrijving te zijn opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de volgende punten:
- de inhoud van de uitvoeringsovereenkomst
- de voorwaardelijke toeslagverlening
- het financieel toetsingskader
- de bedrijfsvoering van het pensioenfonds
- een verklaring over de beleggingsbeginselen en een beschrijving van de sturingsmiddelen.
Financieel toetsingskader
Sinds 1 januari 2007 is het Financiële Toetsingskader (FTK) van kracht. Onder het FTK gelden een aantal uitgangspunten voor de financiële opzet bij alle pensioenfondsen.
Kosten van de pensioenregeling
De kosten van de pensioenregeling zijn de kosten die ieder jaar gemaakt moeten worden om de pensioenaanspraken die in dat jaar worden opgebouwd te financieren. Hiervoor wordt een premie vastgesteld, de kostendekkende premie. Bij vaststelling van de feitelijke premie wordt rekening gehouden met een rendement op de beleggingen, (ruim) binnen de maximale normen van DNB. Daarnaast is er een risico-opslag in opgenomen, die voortvloeit uit de richtlijnen in het FTK.
Premie
Het Bestuur streeft een stabiele premie na en brengt om die reden niet de kostendekkende premie maar een zogeheten "doorsneepremie" in rekening. Het Bestuur houdt de ontwikkeling van de kostendekkende premie en de doorsneepremie nauwlettend in de gaten en past de doorsneepremie, als dat nodig is zodanig aan dat op langere termijn de ontvangen doorsneepremie voldoende is om de kostendekkende premie te financieren.
De premie wordt betaald door de werkgever en de deelnemers in de pensioenregeling (de werknemers). Er is sprake van een vaste verdeling van de premie. De werkgevers betalen 70% en de werknemers 30% van de totale premie.
Het Bestuur kan besluiten tot premiekorting, of tot een extra bijdrage als de financiële situatie van het Pensioenfonds dit nodig maakt.
Beleidskader
Bij het bepalen van de premie, de indexatie en het beleggingsbeleid hanteert het Bestuur in principe het beleidskader.
Verklaring inzake de Beleggingsbeginselen
Het Bestuur heeft een Verklaring inzake de Beleggingsbeginselen opgesteld. Dit is een wettelijke verplichting voor pensioenfondsen op grond van de Europese Pensioenrichtlijn. Met deze verklaring geeft het fonds inzicht in de hoofdlijnen van haar beleggingsbeleid. Onderwerpen zijn onder meer de strategische samenstelling van de beleggingsportefeuille op basis van de aard en de looptijd van de pensioenverplichtingen, en het besluitvormingsproces bij beleggen.
Deze verklaring zal om de drie jaar én na iedere belangrijke wijziging van het beleggingsbeleid worden herzien.

Pensioenfonds Productschappen
Dekkingsgraad
Rendement in 2011
Het rendement dat in 2011 behaald werd bedraagt 8,1%.
Geen korting want onze dekkingsgraad ligt nog steeds boven de grens waar beneden gekort moet worden en wij kunnen zelfs nog (gedeeltelijk) indexeren. Eind april 115%.
PFP
BELEID
ALGEMEEN
GEBEURTENISSEN
PENSIOEN